Uit een recent adviesrapport blijkt een verrassende trend: de frequent flyer-programma’s van grote luchtvaartmaatschappijen zijn nu aanzienlijk meer waard dan de luchtvaartmaatschappijen zelf. Delta SkyMiles voert het peloton aan met $31,783 miljard, op de voet gevolgd door het Amerikaanse AAdvantage met $26,732 miljard, terwijl de totale marktkapitalisatie van American Airlines slechts $6,72 miljard bedraagt.
De verschuiving in de bedrijfsmodellen van luchtvaartmaatschappijen
Deze ongelijkheid benadrukt een fundamentele verschuiving in de manier waarop luchtvaartmaatschappijen opereren. Het zijn niet langer voornamelijk transportbedrijven; het zijn geavanceerde financiële instrumenten die sterk afhankelijk zijn van creditcardpartnerschappen en inkomsten uit loyaliteitsprogramma’s. Veel luchtvaartmaatschappijen hebben moeite om uitsluitend te profiteren van vliegende passagiers en vracht, waarbij sommige, zoals American Airlines, vaak geld verliezen op kernactiviteiten.
De omzet van frequent flyers kent hoge marges (39% – 53%), waardoor het een cruciaal winstcentrum is. Dit verklaart waarom luchtvaartmaatschappijen steeds meer prioriteit geven aan het maximaliseren van creditcarduitgaven boven traditionele vliegactiviteiten. Delta rapporteerde bijvoorbeeld alleen al in 2023 $8,2 miljard aan inkomsten uit partnerschappen met American Express.
De waarde van premiumklanten
De echte waarde ligt in het aantrekken van klanten die veel uitgeven en die het creditcardgebruik stimuleren. Luchtvaartmaatschappijen breiden routes strategisch uit – zoals Delta’s recente aanval op Austin – niet noodzakelijkerwijs vanwege de passagiersvraag, maar om welvarende klantenbestanden aan te boren. De uitbreiding van Southwest naar Hawaï en de toevoeging van ambitieuze bestemmingen door United, zoals Groenland en Portugal, worden eveneens gedreven door de noodzaak om creditcarduitgaven te stimuleren.
De gegevens bevestigen dit: de drie grootste loyaliteitsprogramma’s van luchtvaartmaatschappijen zijn goed voor 35% van de mondiale waarde, terwijl de top tien 58% vertegenwoordigt. Deze concentratie onderstreept de dominantie van een paar belangrijke spelers bij het genereren van inkomsten uit loyaliteit.
Voorbehoud en context
Hoewel het rapport nauwkeurige waarderingen biedt, is het van cruciaal belang om de methodologie ervan te begrijpen. De cijfers zijn afgeleid van complexe financiële modellen die de Adjusted EBITDA schatten, en moeten worden geïnterpreteerd als richtinggevende en niet als absolute waarheden. Het rapport houdt ook rekening met de financiële gezondheid van luchtvaartmaatschappijen en de geopolitieke stabiliteit, wat betekent dat de cijfers de potentiële spin-offwaarde weerspiegelen in plaats van pure loyaliteitsprogrammaprestaties.
Bovendien hebben luchtvaartmaatschappijen deze programma’s al gebruikt voor schulden: American, Delta en United hebben tijdens de pandemie gezamenlijk tussen de 5 en 10 miljard dollar opgehaald, ondersteund door hun loyaliteitsprogramma’s. American schatte AAdvantage zes jaar geleden eerder tussen de $18 miljard en $30 miljard, wat erop wijst dat de cijfers uit het rapport aansluiten bij een breder marktbegrip.
De toekomst van de luchtvaarteconomie
De afhankelijkheid van creditcardpartnerschappen is niet zonder risico’s. Veranderingen in de interbancaire vergoedingen of de opkomst van nieuwe financiële technologieën kunnen dit model ontwrichten. Zolang luchtvaartmaatschappijen echter effectief inkomsten kunnen genereren met premiumklanten via loyaliteitsprogramma’s, zullen ze meer als financiële instellingen met vleugels blijven opereren dan als traditionele luchtvaartmaatschappijen. Het rapport dient als een duidelijke herinnering: de werkelijke waarde van veel luchtvaartmaatschappijen ligt nu niet in de vliegtuigen waarmee ze vliegen, maar in de punten die ze verkopen.
























